Ontvangsttheorie bij opzegging: wanneer werkt een verklaring?
Is een overeenkomst van opdracht tijdig opgezegd? Dat hangt af van het moment van ontvangst, niet van verzending.
Een notaris dient een leveringsakte te weigeren wanneer hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn medewerking rechthebbenden worden benadeeld. Het Hof paste de Novitaris-leer toe en vernietigde de beslissing van de Kamer van Toezicht. De notaris kreeg een berisping opgelegd.
In 2023 verkocht de vader van klager — in zijn hoedanigheid van bestuurder van een vennootschap — een bedrijfspand aan de broer van klager. De koopovereenkomst werd gesloten buiten medeweten van de moeder van klager, van de twee overige kinderen (waaronder klager) en van de accountant die de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap beheerde. In die gemeenschap vielen de aandelen van de verkopende vennootschap indirect.
Na het overlijden van de moeder passeerde de notaris in oktober 2024 de leveringsakte. Klager had de notaris er vooraf op gewezen dat hij en zijn broer als twee van de drie erfgenamen werden benadeeld, omdat de verkoopprijs niet marktconform was.
Oordeel Hof: “Bovendien had de notaris zich moeten realiseren dat het (economisch) belang bij het verkochte bedrijfspand (uiteindelijk) was gelegen bij de huwelijksgoederengemeenschap, zodat reeds hierom de toestemming van [naam] (mogelijk) was vereist (tenzij na het overlijden van moeder hiervoor een andere regeling was getroffen, of de nalatenschap al was verdeeld, maar niet blijkt dat de notaris hiernaar heeft gevraagd).”
De Kamer van Toezicht had de klacht ongegrond verklaard. Het Hof vernietigde deze beslissing. Waar de Kamer de verantwoordelijkheid primair bij de benadeelde partij legde, oordeelde het Hof dat de notaris zelf actief onderzoek had moeten doen — en bij gerede twijfel zijn medewerking had moeten weigeren of opschorten totdat helderheid was verkregen.
De Novitaris-leer — ontleend aan het gelijknamige arrest — houdt in dat een notaris zijn medewerking aan een rechtshandeling dient te weigeren wanneer hij weet dat door zijn akte wanprestatie wordt gepleegd jegens een derde. In deze zaak biedt het Hof een tuchtrechtelijk fundament onder deze leer: ook in een situatie waarbij de notaris weet of redelijkerwijs behoort te weten dat rechthebbenden worden benadeeld door een niet-marktconforme verkoopprijs, mag hij niet klakkeloos passeren.
Een notaris passeert twee akten: een depotakte en een leveringsakte. In de depotakte neemt de notaris een koopovereenkomst in bewaring. Dat kan in beginsel altijd — door bewaarneming wordt niemand geschaad. De leveringsakte is een ander verhaal: er is een gerede kans dat door een te lage verkoopprijs rechthebbenden worden geschaad.
De fundamentele vraag is: bij wie ligt de verantwoordelijkheid na zo’n constatering? Bij de notaris die zijn medewerking weigert, of bij de benadeelde die een kort geding tegen de verkoper aanhangig moet maken? Zo’n kort geding zou gaan over het onrechtmatige karakter van de verkoop tegenover de derde — het echte probleem zit immers bij de verkopende partij. Als tussenweg is ook denkbaar een kort geding tegen de notaris, door degene die dreigt te worden benadeeld door een voortvarende levering.
Het Hof kiest — anders dan de Kamer van Toezicht — voor de tuchtrechtelijke weg en legt het probleem bij de notaris. Dit is een typisch Nederlandse oplossing: een probleem dat primair bij de burger (de verkoper) ligt, wordt langs tuchtrechtelijke weg het probleem van de ambtsdrager gemaakt. Nuttig als preventief instrument, maar het lost het civiele vraagstuk niet op.
Notarissen die worden geconfronteerd met signalen dat een transactie ten koste gaat van derden — erfgenamen, deelgenoten, schuldeisers — dienen nader onderzoek te doen en zo nodig hun medewerking te weigeren of uit te stellen. Het doorslaggevende criterium is of de notaris redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn akte schade toebrengt aan rechthebbenden.
Meer dan 6.000 BV's opgericht. Aanvraag via uw adviseur, binnen 6 dagen afgerond.