Onbevoegde vertegenwoordiging maatschap: zaakwaarneming als redmiddel

AX
AandelenXpress 8 juni 2026 · 4 min lezen · ECLI:NL:GHARL:2026:3220

Een erflater sloot namens een stille maatschap een vaststellingsovereenkomst — zonder daartoe gemachtigd te zijn door de andere maat. Toch oordeelt het Hof Arnhem-Leeuwarden dat de maatschap gebonden is, via de weg van zaakwaarneming (art. 6:198 BW).

De zaak: vaststellingsovereenkomst zonder volmacht

Erflater sloot namens een maatschap een vaststellingsovereenkomst met een besloten vennootschap. De andere maat had daarvoor geen volmacht afgegeven. Na het overlijden van erflater rees de vraag of uitsluitend erflater persoonlijk dan wel de maatschap aan de overeenkomst was gebonden.

De kantonrechter had al geoordeeld dat de maatschap gebonden kon zijn ondanks de onbevoegde vertegenwoordiging, als bepaalde bijzondere omstandigheden aanwezig waren. Het Hof bevestigde dat en werkte de gronden verder uit.

Vier gronden voor gebondenheid

De maatschap kan ondanks onbevoegde vertegenwoordiging toch gebonden zijn als één van de volgende bijzondere omstandigheden zich voordoet:

  1. Schijn van bevoegdheid (art. 3:61 lid 2 BW): de wederpartij is te goeder trouw afgegaan op een door de andere vennoot gewekte en aan hem toerekenbare schijn van bevoegdheid.
  2. Bekrachtiging (art. 3:69 BW): de andere vennoot bekrachtigt de onbevoegd verrichte rechtshandeling achteraf.
  3. Zaakwaarneming (art. 6:198 BW): de vertegenwoordiger heeft zich willens en wetens en op redelijke grond ingelaten met de behartiging van eens anders belang, zonder daartoe bevoegd te zijn.
  4. Baattrekking (art. 7A:1681 BW): de maatschap heeft baat getrokken uit de onbevoegd verrichte rechtshandeling.

Zaakwaarneming: de vereisten

Het Hof beriep zich primair op de grond van zaakwaarneming. Artikel 6:198 BW vereist daarvoor dat:

  • iemand zich willens en wetens heeft ingelaten met de behartiging van eens anders belang;
  • dit op redelijke grond is geschied;
  • de bevoegdheid daartoe niet is ontleend aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding.

Aan al deze vereisten was voldaan: erflater handelde bewust namens de maatschap, had een redelijke grond voor zijn optreden, en beschikte niet over een volmacht.

Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2026:3220): “Voor een geslaagd beroep op zaakwaarneming is vereist dat iemand zich willens en wetens en op redelijke grond heeft ingelaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen (artikel 6:198 BW).”

Glosse

Het Hof geeft in hoger beroep aan dat naast baattrekking — zoals eerder aanvaard in het arrest Dieselgarage voor de VOF — ook zaakwaarneming onbevoegde vertegenwoordiging kan helen. Daarmee wordt het arsenaal aan herstelgronden voor onbevoegde vertegenwoordiging bij samenwerkingsverbanden verder uitgebreid.

De praktische consequentie is dat een stille maatschap sneller gebonden kan zijn aan door één maat onbevoegd gesloten overeenkomsten dan men wellicht zou verwachten. Dit onderstreept het belang van heldere afspraken over vertegenwoordigingsbevoegdheid binnen een maatschap, en van schriftelijke vastlegging van de grenzen van die bevoegdheid.

Les voor de praktijk

Wie als adviseur te maken heeft met maatschappen of andere personenvennootschappen, doet er verstandig aan:

  • de interne vertegenwoordigingsregels schriftelijk vast te leggen;
  • bij het aangaan van significante overeenkomsten expliciet de bevoegdheid van de handelende maat te verificeren;
  • te beseffen dat een beroep op zaakwaarneming als herstelgrond ook zonder volmacht tot gebondenheid kan leiden.

Klaar om BV-oprichtingen uit handen te geven?

Meer dan 6.000 BV's opgericht. Aanvraag via uw adviseur, binnen 6 dagen afgerond.