Betwiste handtekening: bewijslast en de rol van de deskundige

AX
AandelenXpress 8 juni 2026 · 4 min lezen

Wie zich beroept op een overeenkomst van geldlening, moet ook de echtheid van de handtekening kunnen bewijzen als die wordt betwist. In deze zaak slaagde de eisende partij daarin — mede doordat gedaagde onvoldoende meewerkte aan het deskundigenonderzoek.

De zaak: betwiste handtekening op leningsovereenkomst

Eiser vorderde terugbetaling van een geleend bedrag op basis van een schriftelijke overeenkomst van geldlening. Gedaagde betwistte de handtekening op die overeenkomst. Daarmee lag de bewijslast bij eiser: hij moest aantonen dat de handtekening authentiek was en dus van gedaagde afkomstig was.

De kantonrechter oordeelde dat eiser voldoende bewijs had geleverd. Dit oordeel was gebaseerd op de waarschijnlijkheidsconclusies van een ingeschakelde handtekeningdeskundige.

Het deskundigenonderzoek

De deskundige kon echter geen definitieve conclusie trekken, omdat gedaagde onvoldoende bruikbaar referentiemateriaal had aangeleverd. Zo werd het oudere paspoort — dat pas verliep op 17 juni 2024, ruim na de datum van de overeenkomst (22 januari 2018) — niet in origineel overgelegd. Alleen een slechte kopie was beschikbaar.

Het meest recente paspoort dat wel beschikbaar was, bevatte een handtekening gezet met de schrijf-ongewone hand (de linkerhand) van gedaagde — en was daarmee niet bruikbaar als referentie voor de originele handtekening. Gedaagde had niet toegelicht waarom hij het oudere paspoort niet kon overleggen.

Kantonrechter: “Daarnaast blijkt niet dat [gedaagde] voldoende medewerking heeft verleend aan het onderzoek door de deskundige. Zo heeft de deskundige onder andere op pagina 10 van zijn rapport opgemerkt dat het oudere (inmiddels verlopen) paspoort niet door [gedaagde] in origineel voor het onderzoek ter beschikking werd gesteld.”

De schrijfproef: linkerhand

Gedaagde werkte wel mee aan een schrijfproef, maar ook die was feitelijk niet bruikbaar. Vanwege een eerder accident aan zijn rechterhand schreef gedaagde tijdens de proef met zijn linkerhand — terwijl zijn rechterhand ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst de schrijf-gewone hand was. De schrijfproef leverde daarmee geen bruikbaar vergelijkingsmateriaal op.

Oordeel: onvoldoende medewerking telt mee

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde door zijn handelen het onderzoek van de deskundige ernstig had belemmerd. In combinatie met de waarschijnlijkheidsconclusies van de deskundige en de stelling van eiser dat gedaagde in zijn conclusie van antwoord had erkend destijds als adviseur te zijn opgetreden, was er voldoende bewijs voor authenticiteit van de handtekening.

Kantonrechter: “De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] door zo te handelen het onderzoek van de deskundige ernstig heeft belemmerd.”

Les voor de praktijk

Deze uitspraak illustreert twee belangrijke punten. Ten eerste: bij betwisting van een handtekening rust de bewijslast op de partij die zich op de overeenkomst beroept. Ten tweede: een partij die onvoldoende meewerkt aan door de rechter bevolen of toegestaan deskundigenonderzoek, loopt het risico dat dit in bewijsrechtelijke zin tegen haar wordt gebruikt. Het niet aanleveren van adequaat referentiemateriaal kan de balans doen doorslaan ten nadele van de betwistende partij.

Klaar om BV-oprichtingen uit handen te geven?

Meer dan 6.000 BV's opgericht. Aanvraag via uw adviseur, binnen 6 dagen afgerond.